Het gedrag in de dojo
Doorgaans gaan de aikidotrainingen door in een oefenplaats die “dojo” wordt genoemd. Let-terlijk betekent “dojo” “de plaats van de Weg”, oorspronkelijk de Weg van Boeddha. Met de krijgerkaste in Japan is het gebruik van het woord overgegaan naar “de Weg van Bu” of de Weg van de krijger. De aikido dojo is met andere woorden de plaats waar men oefent om de weg van Aiki te bewandelen. De dojo is de trainings-zaal van aikido, doch deze verschilt zeer grondig van een gewoon gymlokaal.
Het beoefenen zoals dat in de dojo gebeurt, wordt in het Japans voorgesteld door “shugyo”. Shugyo bestaat uit twee kanji: shu en gyo. Shu betekent leren en wordt voorgesteld door een combinatie van twee elementen: “wit” en “vleu-gels”. Dit stelt m.a.w. de voortdurende herhaling voor, net zoals de herhaling die nodig is om te kunnen vliegen. Bij een vogel in de vlucht ziet men afwisselend wit, telkens wanneer de vogel zijn vleugels opslaat. Dit geeft een beeld van de herhaling die nodig is om de perfectie te bereiken. Het wit vertegenwoordigt hierin bovendien de zuiverheid van hetgeen men wil bereiken.
Het gedrag in de dojo is dan ook niet hetzelfde dan het gedrag in een gewone gymzaal. We komen naar de dojo om aan onszelf te werken, om ons te vervolmaken en te perfectioneren, door middel van voortdurende studie, herhaling, polijsten, oefening,… Het is de weg van de krijger die we leren bewandelen in de dojo. Dit is echter niet de weg van het gevecht, doch de weg van de vervolmaking, in functie van de bescherming van het leven en met als doel de perfecte controle over ons eigen lichaam en onze geest te verwerven. Niet het gevecht wordt gezocht, doch de methode om het gevecht te vermijden.
Het juiste gedrag in de dojo is zeer complex en varieert bovendien naargelang de omstandigheden. Veel van de oude Japanse gewoonten vinden we in het dojoleven terug. De beste manier om het dojogedrag onder de knie te krijgen is dan ook veel in de dojo te vertoeven en de oude-ren goed in de gaten te houden, zonder te vergeten dat ook zij nog fouten maken. De rest komt dan wel vanzelf, mits een beetje goede wil, veel geduld, en de moed om te vallen en op te staan.
Bovendien zijn er een aantal “regels” die universeel zijn, doch ook een aantal regels die eigen zijn aan een bepaalde dojo. Een exacte code voor het juiste gedrag kan dan ook onmogelijk op papier gezet worden. Dit zou trouwens zinloos zijn: we bevinden ons niet in het leger! Hierna volgt toch een summiere opsomming van een aantal belangrijke punten die dienst kunnen doen als geheugensteuntje:
- Houd de dojo steeds proper en netjes. Zelfs wanneer de dojo proper is, moet er toch wor-den gekuist. Bij het kuisen van de dojo moet men zich namelijk inbeelden en realiseren dat men hierdoor ook zichzelf (binnenin) kuist en zuivert. Dit is een voorname voorbereiding van de les (renshu). Ook na de les kuist men de dojo. Het is altijd aangenamer te oefenen in een nette dojo dan in één die onder het stof ligt. Bovendien is een hygiënische en zuivere dojo een noodzaak als wij ook onszelf in de dojo willen zuiveren,
- Wees steeds vriendelijk en eerbiedig.
- Je partner leent jou zijn lichaam opdat je zou kunnen oefenen. Hij vertrouwt erop dat je hem niet zal kwetsen. Tracht dat vertrouwen niet te beschamen!
- Maak je geest leeg voor de les. Net zoals je in een volle tas thee geen thee kan bij gieten, kan je in een volle geest geen nieuwe kennis stop-pen.
- Verzorg steeds je lichaam en je kledij. Dit is een van de belangrijkste vereisten voor een aangename sfeer.
- Draag geen juwelen tijdens de renshu. Dit om veiligheidsoverwegingen, doch ook om een zo groot mogelijke sereniteit te bewaren.
- Oefen steeds met plezier. Verplicht jezelf om blij te zijn, zoniet kan je jezelf niet polijsten en zuiveren zoals het moet.
- Respect komt voor alles. Heb respect voor je-zelf, voor de anderen en voor de dingen die je ziet, leert en/of hanteert. Zonder respect kan je jezelf niet openstellen en ontvankelijk zijn voor de goede dingen die je in een les kan leren, zo-wel van jezelf als van de anderen.
- Bereid jezelf fysisch, maar vooral ook psychisch voor op elke les en op het leven in de dojo. Dit is net zoals bij het koken: hiervoor is niet alleen de pan, maar ook het vuur nodig!
- Tracht steeds vóór de leraar op de tatami te zijn, zodat je als voorbeeld kan dienen voor de anderen en jezelf. Het is belangrijk een goed voorbeeld te zijn. Hierdoor kan je vaak meer leren dan door het opvolgen van de voorbeel-den van anderen!
- Indien je wacht op de les die moet beginnen:
o ofwel sta je of zit je naast of op de rand van de tatami;
o ofwel zit je in seiza op je normale plaats op de mat;
o ofwel warm je je op;
o ofwel oefen je alleen of met meerderen.
o ofwel kuis je de dojo.
- Indien je te laat komt en de renshu is reeds bezig, wacht dan in seiza aan de rand van de tatami, totdat de leraar je de toestemming geeft de renshu bij te treden.
- Als je de dojo wil verlaten voordat de renshu gedaan is, vraag dan eerst toestemming aan de leraar. Verzorg de etiquette voor het verlaten van de tatami en de dojo.
- Groet steeds wanneer dit vereist is. Je kan gemakkelijker te weinig groeten dan te veel. Het groeten is een goede oefening in nederigheid en respect, doch zonder daarom slaafs of onderdanig te moeten zijn. Zorg ervoor dat elke groet van respect getuigt. Grootsheid kan maar tot uiting komen in eenvoud en zuiverheid. Voorbeelden van enkele belangrijke ogenblikken van groeten zijn de volgende:
o Bij het binnenkomen en bij het verlaten van de dojo;
o Bij het betreden en verlaten van de tatami;
o Wanneer je je tot iemand richt en hem/haar terug verlaat;
o Groet je wapens wanneer je ermee gaat oefenen;
o Wanneer je te laat komt en de leraar heeft je de toestemming gegeven de les bij te treden, groet dan bij het betreden van de tata-mi niet alleen de kamiza, maar ook de le-raar.
- Verzorg de correcte plaatsing van je wapens en je “uwagutsu” (= “zori” = “surippa” = slip-pers).
- Let er ook op waar en hoe je zelf gaat staan of zitten. Voorbeelden zijn:
o Zit niet met je rug naar de kamiza (ere-plaats);
o Stap niet over andermans wapens en zorg ervoor dat de anderen niet verplicht worden over jouw wapens te stappen;
o Wanneer de leraar (individueel of collectief) uitleg geeft, ga dan in seiza zitten en laat voldoende plaats voor zijn/haar demonstratie. Zit hierbij niet met je rug naar de kamiza;
o Loop nooit langs de tatami voorbij de kamiza;
o Wanneer je even moet stoppen om op adem te komen, zoek dan een veilige plaats om te gaan zitten (in seiza of kleermakerszit). Leun niet tegen een muur of dergelijke. Terwijl je uitblaast kan je partner met anderen verder oefenen.
- Tijdens de les hou je je enkel bezig met zaken die betrekking hebben op de les, zoniet verspil je je tijd. Dit is niet enkel in je eigen nadeel, maar ook in het nadeel van je vrienden in de dojo.
- We komen naar de dojo om samen iets bij te leren, niet om ons met elkaar te meten. Competitie is in een echte dojo totaal uit den boze. We moeten onszelf overwinnen, niet de anderen. Aan anderen mogen we evenmin letsels aanbrengen dan aan onszelf.
- Wanneer je oefent, moet je de dojo (psychisch) beschouwen als een slagveld. Dit betekent dat we voortdurend de aandacht en perceptie moeten hebben die we zouden hebben op een waar-achtig slagveld. We moeten voelen, aanvoelen, gereed zijn, perfectie nastreven en zeker zijn van de overwinning (op onszelf). We moeten steeds trachten volledig vervuld te zijn van Ki.
- Tracht de tatami tijdens de les niet te verlaten, behalve om dringende redenen. Maak het jezelf niet te gemakkelijk. Indien je het moeilijk krijgt tijdens een les, denk dan dat het voor allen even moeilijk is en dat enkel door jezelf te overtreffen je met grote sprongen vooruit kan gaan.
- Blijf op het einde van les, na de groet, in seiza zitten totdat de leraar de tatami verlaten heeft of toestemming heeft gegeven op te staan.
- Besteed aandacht aan etiquette bij het afleggen van examens en bij het overhandigen of ont-vangen van geschenken of diploma’s.
- Wanneer je vragen hebt over dojo etiquette, aarzel dan niet uitleg te vragen aan oudere leerlingen (sempai) of aan de leraar (sensei).
In budo spreekt men over de zeven deugden van de bushido (krijger). Het zijn de volgende: – Welwillendheid – Beleefdheid – Waardigheid – Loyaliteit – Rechtvaardigheid – Moed – Eer
Tracht om deze deugden in je achter- (of voor-) hoofd te houden.
In feite is de hele drijfveer van het gedrag in de dojo te herleiden tot één kernbegrip: respect! Denk hier goed over na. De verschillende “re-gels” die hierboven staan opgesomd zijn eigen-lijk geen echte regels, doch eerder een omschrijving van een gedragscode voor je eigen welzijn. Het doel van de dojo etiquette is je correct voor te bereiden op de renshu, zodat je hierdoor veel meer kan gaan leren dan je zelf voor mogelijk had geacht. Zoals reeds eerder vermeld, is het zeker niet de bedoeling een aantal regels op te stellen zoals in het leger, integendeel! We moe-ten gewoon trachten om op een aangename, toffe, correcte en efficiënte manier het beste van ons-zelf te maken en dit als een grote vriendenkring zowel binnen als buiten de dojo.
De eigenlijke training of oefening wordt in Japan voorgesteld door “keiko”. Tamura sensei leert ons dat keiko in feite drie begrippen omvat: renshu, tanren en remma. Deze begrippen kun-nen het best worden begrepen door de analyse van hun schrijfwijze.
Renshu bestaat uit twee kanji: ren en shu. Ren betekent kneden, de materie bewerken, en shu betekent leren of aanleren, net zoals in “shugyo”. Globaal betekent renshu dus het kne-den en bewerken van zichzelf door middel van voortdurende herhaling en studie.
Tanren bestaat uit tan en ren. Tan is het be-slaan, hameren en harden van ijzer. Tanren staat bijgevolg voor het bewerken door middel van zware oefening. Verschillende oefeningen met bokken zijn hiervan een voorbeeld.
Remma staat voor het polijsten, net zoals bij een diamant. Remma vertegenwoordigt de over-gang van het grove naar het fijnste.
Keiko staat nu voor de globalisatie van die drie gegevens. Het komt er dus voor een groot stuk op neer dat we de tijd die we in de dojo besteden optimaal moeten gebruiken om onszelf zo goed mogelijk te vormen, zodat we bestand zijn tegen het leven buiten de dojo en ons kunnen leren aanpassen aan alle mogelijke omstandigheden, op alle mogelijke gebieden. Denk ook hier goed over na.
Peter Van Marcke, informatiebrochure Tobu Chiku Aikikai


