Aikido trainingsvormen
Aikido is niet enkel zelfverdediging. In aikido bewandelt men de weg van de krijger. Men leert niet louter een aantal krijgstechnieken; men leert omgaan met de opbouwende energie van het universum. Men wordt ermee één en aldus wordt men een met het universum en het leven zelf.
Om dit hoogste doel te bereiken moeten natuurlijk vele stappen doorlopen worden. Die stappen worden aangebracht via diverse trainingsvormen. Men onderscheidt ko tai, ju tai, eki tai en ki tai. Ko tai is het eerste niveau, waarin stevig en precies gewerkt wordt en waarbij fysieke kracht gebruikt wordt. Op het tweede niveau, ju tai, werkt men met souplesse en zonder onnodige spanning. Eki tai of ryu tai, het derde niveau, kan men vergelijken met het stromen van water. Men beweegt op het moment zelf van de aanval en gebruikt daarbij de beweging en de richting van de aanvaller. Op het niveau van ki tai verkrijgt men ki awase, het ontmoeten van ki. Hierbij geeft tori een opening aan aite om aan te vallen, doch wanneer aite aanvalt… is er niemand meer, maar aite wordt volledig opgenomen door de aktie van tori. Wanneer men deze fase perfectioneert, spreekt men van ki musubi.
Het is niet zo dat deze trainingsvormen elkaar chronologisch opvolgen. In het begin natuurlijk wel: men kan niet lopen zonder eerst te leren stappen. Maar naderhand bestaat de trainingsmethode erin om de verschillende vormen afwisselend te beoefenen en toe te passen op elke techniek die bestudeerd wordt. Aldus vullen zij elkaar aan en brengt de ene trainingsvorm inzichten bij die ons helpen de andere trainingsvormen beter te beheersen en dus de efficiëntie ervan te verhogen. Daarom worden op elk niveau alle technieken beoefend. Na twintig, dertig of veertig jaar bestudeer je nog steeds aihanmi katate dori ikkyo, dezelfde techniek als op je eerste renshu, maar toch wordt ze elk jaar anders, beter, mooier, gemakkelijker, subtieler, efficiënter, interessanter. En uiteindelijk wordt elke techniek, door voortdurende herhaling, als een perfect geslepen diamant.
Na verloop van tijd begint men zich los te maken van de vorm. Wat overblijft is de energie van de techniek: een wisselwerking tussen de energie van de partners die samen oefenen. Op dat ogenblik begint men de opbouwende energie van de techniek, de ki, te voelen. Het is dezelfde energie die aan de basis van het leven en het Universum ligt. Maar op dat ogenblik is de ki-energie niet langer aan een vorm geketend, doch kan vrijuit vloeien. Dan is de aikidoka ook niet meer geketend door de vorm (kata), maar kan vrijuit bewegen en begint de techniek zichzelf te creëren. Dan komt men op een niveau waarop men creatief bezig is met de levensenergie zelf: takemusu aiki.
“Take” wordt in het Japans geschreven zoals “Bu” uit “Budo”. Het betekende oorspronkelijk “een einde brengen aan vechtende speren” of “het zwaard stoppen”. Men kan deze term best vertalen als “Martiaal”. “Musu” betekent “worde”, “geboorte” of “creatieve energie”. “Takemusu” is dus de creatieve martiale energie. “Takemusu Aiki” is het niveau van oefenen waarbij de energie van Aiki als pure creatieve martiale energie of pure creatieve kracht van harmonie wordt ervaren.
Wanneer men voeling begint te krijgen met de werking van die creatieve energie, dan komt het moment dat men ki begint te begrijpen, dat men er één mee kan worden en dus ook één met het Universum zelf, dat uit die creatieve energie is opgebouwd. Dan komt er een constante wisselwerking tot stand. De aikidoka geeft energie aan zijn omgeving en de omgeving geeft energie aan de aikidoka. De energie stroomt en kan opbouwend en creatief gebruikt worden voor persoonlijke en gezamenlijke evolutie. Op die manier wordt het leven beter en draagt aikido bij tot een vredevolle maatschappij.
Daarom is het zeer belangrijk om nooit jezelf te meten met je vrienden. Het doel in aikido is niet om beter te worden dan de ander, maar wel om samen de eindstreep te bereiken. Wanneer we oefenen, geven we onszelf aan elkaar om samen te kunnen oefenen. We proberen niet de andere te kwetsen, maar proberen integendeel te bekomen dat de andere zich heel goed voelt in onze handen. Op die manier creëren we een geest van vertrouwen. Hoe meer de partner ons vertrouwt, hoe meer hij of zij zichzelf geeft met opbouwende energie en hoe moeilijker en interessanter zijn of haar aanvallen worden tijdens de training. Dat laat toe om de eigen techniek te verbeteren, waardoor de andere zich nog beter zal voelen in onze handen, waardoor we nog meer vertrouwen kweken en dus nog meer positieve energie ontvangen waardoor we opnieuw kunnen groeien, enzovoort. Zo groeien we samen en doorgronden uiteindelijk aikido, ofwel de weg van eenmaking met de universele energie.
Let wel op: de procedure staat hier eenvoudig beschreven, maar is verschrikkelijk moeilijk te realiseren. Het vergt een levenslange studie om hoge toppen te scheren. Om dit te begrijpen kan je best terugkeren naar trainingsmethoden als hikitate geiko, waarbij meer gevorderde leerlingen de minder gevorderden verbeteren door te tonen waar de techniek niet werkt. Dan voel je dat de oefeningen die het gemakkelijkst lijken, het moeilijkst te doorgronden zijn. Zo is het ook in het dagelijkse leven. Praten over vrede en harmonie kan iedereen, maar vrede en harmonie in je omgeving verwezenlijken is aan ander paar mouwen! Dát is een bruikbare les in aikido.
Peter Van Marcke, folder Hoge Rielen, 1996


